Geheimhoudingplicht advocaat

Een klant mag van een advocaat verwachten dat zijn informatie veilig is bij zijn advocaat. In de meeste gevallen is dat ook het geval, maar lang niet altijd. De advocaat heeft een recht en in sommige gevallen zelfs een plicht tot geheimhouding.Dit volgt uit de gedragsregels die gelden voor advocaten. Regel 6 schrijft namelijk voor:

"De advocaat is verplicht tot geheimhouding; hij dient te zwijgen over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen."

Artikel 272 Wetboek van Strafrecht bevat de strafrechtelijke bescherming van de geheimhoudingsplicht van alle professionele geheimhouders en dus ook van de advocaat. Hieruit volgt dat geheimhouders die zich niet aan hun plicht houden, gestraft kunnen worden. Er bestaan echter uitzonderingen op deze plicht. In lid 2 van dat artikel is de voor de praktijk belangrijkste uitzondering opgenomen. Indien het voor een zaak noodzakelijk is dat de advocaat kenbaar maakt wie zijn cliënt is en de cliënt heeft daartegen geen bezwaar, mag de advocaat de geheimhoudingsplicht doorbreken.

Kan de advocaat zich in een tuchtzaak beroepen op zijn geheimhouding en bijvoorbeeld geen vragen beantwoorden van de toezichthouder (deken)? Voormalig advocaat Moszkowizc beriep zich in zijn tuchtprocedure op zijn geheimhoudingsplicht. Ten onrechte. In een tuchtprocedure geldt het zwijgrecht van de advocaat niet. Anders zou de tuchtrechtspraak illusoir worden. Daar staat tegenover dat de tuchtrechters (en ook de deken) een afgeleide zwijgplicht hebben en klacht met gesloten deuren kan behandelen. Daardoor kan de klacht worden beoordeeld en lekt de vertrouwelijke informatie niet weg.

Indien een advocaat contant een bedrag boven de € 5.000,- betaald krijgt, heeft hij de plicht om daarvan de deken in kennis te stellen. Een probleem rijst echter wanneer de advocaat uitlegt waarom zijn cliënt een goede reden heeft om niet via de bank te betalen, maar de deken daar geen genoegen mee neemt. Dan moet toch per bank betaald worden, terwijl deze geen geheimhoudingsplicht heeft. Wanneer de cliënt voor de buitenwereld niet zichtbaar wil hebben dat hij geld betaalt aan zijn advocaat, is in dat geval de advocaat niet bij machte dit geheim voor hem te bewaren.

Voorts is het de vraag of een advocaat zich op zijn geheimhouding kan beroepen als hij zelf verdachte is. Waarschijnlijk niet, maar dan kan hij zich, net als iedere verdachte, op zijn zwijgrecht beroepen. Mocht hij zich toch op zijn geheimhoudingsplicht beroepen, attendeer ik op het bestaan van een handleiding voor betrokkenen.

Tot slot de vraag of een advocaat zijn geheimhoudingsplicht moet doorbreken als hij wetenschap draagt van een voorgenomen ernstig misdrijf. Er is dan sprake van een morele keuze die uiteindelijk niet wordt gesanctioneerd. Dat mr. Gerard Spong met deze morele keuze worstelde, blijkt wel uit dit fragment van Kijken in de ziel (vanaf de 24e minuut).

Indien u vragen hebt over de geheimhoudingsplicht van uw advocaat, kunt u gerust contact met ons opnemen via telefoonnummer 0885 444 333.

Ga terug

Overige blogs