Schipholpas en strafblad

Voor het verkrijgen van een Schipholpas is een Verklaring van geen bezwaar nodig. De Verklaring van geen bezwaar is een verplichte screening voor personen die in de beschermde gebieden van de luchthaven werken. De verklaring wordt door de AIVD afgegeven indien uit een veiligheidsonderzoek geen bezwaren naar voren komen. In dat veiligheidsonderzoek zal het eventuele strafblad van de aanvrager een rol spelen.

Een veiligheidsonderzoek is diepgaander dan een onderzoek voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Een VOG is een verklaring van de minister van Veiligheid en Justitie waaruit blijkt dat de betrokkene geen strafbare feiten op zijn of haar naam heeft staan. Het ministerie van Veiligheid en Justitie raadpleegt voor deze verklaring alleen het Justitieel Documentatiesysteem (Strafblad). Ze gebruikt geen andere bronnen. Voor het veiligheidsonderzoek worden ook andere bronnen (zoals systemen van gemeente, politie en AIVD) geraadpleegd.

Het is mogelijk dat een werknemer die in het bezit is van een schipholpas wordt veroordeeld  voor een strafbaar feit, of dat iemand die ooit veroordeeld is in aanmerking wil komen voor een Schipholpas.
Veroordeling voor een strafbaar feit, kan ertoe leiden dat de verklaring niet wordt verstrekt. Dit zal doorgaans directe gevolgen hebben voor het voortduren van de arbeidsovereenkomst. In deze blog zal uitleg worden gegeven over de regelgeving.

Een besluit tot niet verstrekken van een Verklaring wordt getoetst aan de Wet veiligheidsonderzoeken en de beleidsregel vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken op de burgerluchthavens. Uit deze regelgeving blijkt dat veroordeling voor de volgende feiten tot weigering zal leiden:

  • gebruik of handel in harddrugs;

  • handel in grotere hoeveelheden softdrugs;

  • voorhanden hebben of handel in vuurwapens of schijnvuurwapens;

  • zwaardere vormen van diefstal, inbraak of heling;

  • verduistering, oplichting of valsheid in geschriften;

  • misdrijven tegen het leven gericht;

  • openlijke geweldpleging of zware vormen van mishandeling;

  • afpersing of afdreiging;

  • misdrijven tegen de veiligheid van de Staat;

  • deelneming aan een criminele organisatie, of deelneming aan de voortzetting van een verboden en ontbonden rechtspersoon;

  • luchtvaartmisdrijven; of

  • andere feiten die een risico kunnen opleveren voor de veiligheid van de burgerluchtvaart.

Met name de inhoud van het laatste lid leidt tot veel onzekerheid omdat ook een veroordeling voor een ander – niet nader genoemd – strafbaar feit tot weigering kan leiden. Uit de rechtspraak volgt dat bijvoorbeeld een veroordeling voor een eenvoudige mishandeling kan leiden tot weigering.

Daarnaast zal het ministerie bij een veroordeling ook rekening houden met:

  • de aard van de gegevens;

  • de ouderdom van de gegevens;

  • de aard en de zwaarte van de delicten waarop de gegevens betrekking hebben;

  • de zwaarte van de opgelegde straffen of maatregelen;

  • het aantal in een bepaalde tijdsspanne vastgelegde gegevens;

  • de leeftijd van betrokkene ten tijde van het vastleggen van de gegevens.

Twee onderdelen verdienen nadere toelichting. Ten eerste  is de ouderdom van het feit relevant. Een harde grens is 8 jaar. Naar oudere feiten wordt niet meer gekeken. 

Verder is de hoogte van de straf van belang. Dit leidt in de praktijk vaak tot weigering. Het ministerie toetst aan de zogeheten gedragslijn. Dit is geen beleidsregel of andersoortige wetgeving en is ook niet gepubliceerd. De rechter acht toepassing van deze gedragslijn echter wel rechtmatig. 

Hieruit volgt dat de straffen niet mogen uitstijgen boven:

  • 20 dagen vrijheidsstraf;

  • 40 uur taakstraf;

  • € 1.000,- boete.

Het maakt daarbij niet uit of de straf voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is opgelegd. Evenmin maakt het uit of het strafbare feit al dan niet in de privésfeer heeft plaatsgevonden.

Indien het ministerie voornemens is geen verklaring te verstrekken, wordt de betrokkene daarvan op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gesteld zijn of haar standpunt kenbaar te maken. Uiteindelijk zal een definitief besluit worden genomen. Daartegen kan betrokkene in bezwaar bij het ministerie en daarna eventueel in beroep bij de rechtbank. De laatste instantie is de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Indien u geconfronteerd wordt met het feit dat de verklaring niet wordt verstrekt, is het raadzaam een advocaat te raadplegen. Dit is ook van belang indien u een schipholpas heeft en u moet voorkomen op verdenking van een strafbaar feit. FTW Advocaten heeft hiermee veel ervaring. Neem voor vragen en bijstand contact met ons op via info@ftwadvocaten.nl

Ga terug

Overige blogs