Verdacht van een zedendelict

En dan?

Elk jaar wordt er in Nederland een groot aantal mensen aangehouden op verdenking van een zedendelict. Zedendelicten zijn divers, het kan bijvoorbeeld gaan om misbruik van of ontucht met een minderjarige, maar ook verkrachting en aanranding vallen in de categorie zeden. Zedendelicten zijn misdrijven. Deze delicten onderscheiden zich van andere misdrijven doordat het Openbaar Ministerie niet altijd voldoende wettig bewijs weet aan te dragen om tot een veroordeling te komen. Om tot een veroordeling te komen moet er voldoende wettig maar ook overtuigend bewijs zijn.

Bij zedendelicten is de overtuiging al snel aanwezig. Vaak meldt zich een aangeefster of aangever met een ernstige beschuldiging en wordt de vraag gesteld wat die persoon voor motief zou hebben om een valse aangifte te doen. Omdat juist bij zedenzaken de schending van de persoonlijke integriteit van degene die aangifte heeft gedaan de boventoon voert is het voor de rechter moeilijk het verhaal van aangeefster of aangever in twijfel te trekken en ligt het accent bij dergelijke delicten wat zwaarder op het wettig bewijs. En dat is in zedenzaken nu net flinterdun. Want zelden is er een directe getuige die een verkrachting of aanranding heeft zien gebeuren en nog zeldzamer zijn getuigen die uit eigen wetenschap kunnen verklaren over seksueel misbruik wat jarenlang heeft geduurd. Dat maakt dat voor het wettig bewijs de aangifte vaak alleen staat en, tenzij de verdachte een bekentenis aflegt, een keiharde ontkenning tegenover zich vindt. In dergelijke gevallen moet de rechter voor voldoende wettig bewijs zoeken naar steunbewijs.

Dat kan in de vorm van technisch bewijs, waarbij gedacht wordt aan DNA sporen van de verdachte op of in het lichaam van aangeefster of aangever, maar dit zegt niet altijd dat er daadwerkelijk een verkrachting heeft plaats gevonden. Vaak stelt een verdachte dat er inderdaad seksueel contact is geweest maar met volle instemming van beide partijen. In die gevallen vormt het aantreffen van bijvoorbeeld sperma van de verdachte op het lichaam van aangeefster of aangever geen ondersteunend bewijs, maar slechts een aanwijzing.

Ondersteuning van een aangifte kan ook gebeuren in de vorm van getuigenverklaringen, maar dan hangt het er zeer van af wat de getuige zelf heeft waargenomen of wat de getuige niet heeft waargenomen maar heeft gehoord, bijvoorbeeld van de aangeefster of aangever zelf. Dat is een verklaring van horen zeggen en dergelijke verklaringen vormen geen rechtstreeks ondersteunend bewijs.

In bijna alle gevallen heeft een getuige over het misdrijf gehoord van aangeefster  of aangever zelf en dan komt deze verklaring eigenlijk van dezelfde bron als de aangifte. Of het betreft een verklaring van iets wat de getuige via iemand anders heeft gehoord en dan is het te ver weg en over te veel kanalen gegaan om mee te kunnen tellen als rechtstreeks wettig bewijs. Ook wanneer aangeefster of aangever schriften vol heeft geschreven over wat hem of haar is overkomen voegt dat niets extra's toe aan het wettig bewijs nu ook deze informatie weer afkomstig is uit dezelfde bron. In dergelijke zaken is daarom de verklaring van de verdachte bijzonder relevant. De eerste opwelling wanneer iemand van een zedendelict wordt beschuldigd is: dat heb ik niet gedaan. En het komt helaas redelijk vaak voor dat iemand onterecht beschuldigd wordt van een dergelijk feit.

Wanneer iemand in zijn of haar optiek onterecht beschuldigd wordt is de neiging heel groot om in het verhoor uitgebreid uit te gaan leggen waarom je onschuldig bent. Door uitgebreid te verklaren geef je juist de rechter die later moet oordelen ongewild een stukje wettig bewijs wat net het verschil kan maken in een veroordeling of een vrijspraak. Ik geef een voorbeeld: er is aangifte gedaan van ontucht door u met uw minderjarige buurmeisje. U zou haar altijd tussen haar benen hebben gevoeld als zij bij u thuis was. Wanneer u als verdachte verklaart dat het meisje bijna elke dag kwam spelen, u dan vaak thuis was en haar inderdaad wel eens tussen haar benen voelde, maar over de kleren heen en met de reden dat u voelde of zij in haar broek had geplast nu dat bij haar thuis leidde tot heftige ruzies en straf zal de rechter deze verklaring in uw nadeel uitleggen. Immers, het buurmeisje kwam vaak bij u over huis, u was daar dan met haar en mogelijk alleen en belangrijker nog, u voelde ook tussen haar benen. Ook al zegt u dat het over de kleding heen was en u daar geen gevoelens van lust bij had, door zo te verklaren construeert u zelf net dat stukje wettig bewijs wat nodig is voor een veroordeling.

De boodschap is dan ook dat wanneer u bent aangehouden op verdenking van een zedendelict, raadpleeg altijd een advocaat! Maak gebruik van de mogelijkheid die de wet u biedt en kies voor consultatiebijstand van een een advocaat voor u verhoord wordt. Bespreek met die advocaat wat er volgens u gebeurd is, waarom u denkt dat er aangifte tegen u wordt gedaan en kies met de advocaat zorgvuldig of u gaat verklaren of dat u zich gedurende de eerste verhoren beroept op uw zwijgrecht. U kunt namelijk in een later stadium altijd nog verklaren, nadat uw advocaat de aangifte heeft bestudeerd. Dat kan bij de rechter-commissaris of uw advocaat kan de officier van justitie verzoeken u opnieuw door de zedenpolitie te laten horen.

Wanneer u niet onverwacht wordt aangehouden maar een brief krijgt waarin u uitgenodigd wordt voor verhoor, consulteer dan altijd eerst een advocaat en vraag of die advocaat u bij wilt staan bij het verhoor. Een beschuldiging van een zedendelict is bijzonder heftig, zeker wanneer u meent valselijk te worden beschuldigd.  Uw omgeving plakt een etiket op uw hoofd wat moeilijk te verwijderen is, zelfs wanneer er later een vrijspraak volgt. En als u zich dan voorziet van een advocaat, kies dan iemand met ervaring in zedenzaken. Dergelijke zaken vereisen een specialistische aanpak en niet iedere strafrechtadvocaat behandelt zedenzaken.

Mocht u onverhoopt op een politiebureau terecht komen en er is om wat voor reden geen advocaat bij u langs geweest en de politie wil pertinent met u in verhoor beroep u dan op uw zwijgrecht. Ook als de politie zegt dat u na verhoor naar huis mag. Daar beslist de politie namelijk niet over, maar de officier van justitie en vaak is de drang om zo snel mogelijk het bureau te verruilen voor thuis zo groot dat iemand een verklaring aflegt die onjuist is. Dat is later niet meer weg te poetsen en dit kan uw zaak zeer schaden. Mocht u in de positie zitten dat u mogelijk als verdachte aangemerkt gaat worden van een zedendelict en u heeft een vraag? Bel gerust met ons kantoor en laat u voorlichten door een van onze advocaten.

Ga terug

Overige blogs